UV

Het UV examen  (uithoudingsvermogen)
Het UV is een officieel door de FCI erkend examen dat onder door de CWH (commissie werkhonden) wordt afgenomen.

Doel
De uithoudingsvermogen proef moet het bewijs leveren, dat de hond in staat is een lichamelijke inspanning van bepaalde zwaarte te volbrengen zonder daarna aanzienlijke vermoeidheidsverschijnselen te vertonen. Bij de hond kan deze vereiste inspanning uit loopprestaties bestaan, waarvan bekend is, dat zij buitengewone eisen stellen aan de inwendige organen, in het bijzonder aan het hart en de longen, maar evenzeer aan de bewegingsorganen zelf, waarbij echter ook andere eigenschappen, zoals temperament en hardheid tot uiting komen. Van honden, die deze prestaties zonder moeite verrichten, kan aangenomen worden dat zij lichamelijk gezond zijn en zij bepaalde door ons verlangde eigenschappen bezitten, welke belangrijk zijn voor werkhonden en voor honden die voor de fokkerij gebruikt worden.

 

Waardering
Voor dit examen worden geen punten verstrekt maar uitsluitend de kwalificatie geslaagd of afgewezen toegekend. Aan geleiders die met hun hond geslaagd zijn, wordt een diploma verstrekt.

 Terrein
Het examen moet op straten en wegen van zoveel mogelijk verschillende ondergrond worden gehouden.
In aanmerking komen geasfalteerde, geplaveide en ongeplaveide straten, wegen en paden.

 Het examen bestaat uit twee gedeelten
1. Loopoefening
2. Gehoorzaamheidsoefening

 

  1. Loopoefening

Het afleggen van een afstand van 20 km in een tempo van 12 – 15 km per uur.
De aan de halsketting aangelijnde hond moet aan de rechterzijde van de geleider naast de fiets lopen. De lijn moet niet te kort worden gehouden, zodat de hond zichzelf steeds aan het tempo kan aanpassen. Licht trekken door de hond aan de lijn is niet foutief, wel echter het voortdurend achterblijven van de hond. Nadat een afstand van 8 kilometer is afgelegd, wordt een pauze van 15 minuten gehouden. Tijdens deze rustpauze controleert de keurmeester in hoeverre de honden vermoeidheidsverschijnselen vertonen. Honden die een zeer vermoeide indruk maken, worden van verdere deelname uitgesloten. Na deze pauze moet een afstand van 7 kilometer worden afgelegd, waarop een rustpauze van 20 minuten volgt. Gedurende deze pauze moet de hond de gelegenheid gegeven worden zich vrij en ongedwongen te bewegen.

De keurmeester controleert ook nu de honden op vermoeidheid en tevens op eventuele stukgelopen voetzolen. Oververmoeide honden en honden die hun voetzolen hebben stukgelopen moeten van verdere deelname worden uitgesloten.

Na de pauze van 20 minuten moeten de laatste 5 km worden afgelegd. Na het afleggen van deze laatste afstand is er een pauze van 15 minuten waarin de honden weer de gelegenheid moet worden gegeven zich vrij en ongedwongen te bewegen.

De keurmeester controleert ook nu in hoeverre de honden oververmoeid zijn en of zij eventueel hun voet-zolen hebben stukgelopen.
Oververmoeide honden en honden die hun voetzolen hebben stukgelopen moeten van verdere deelname worden uitgesloten. De keurmeester en de examenleider begeleiden de honden op de fiets of in de auto.

Een hond die blijk geeft elk temperament of iedere hardheid te missen, buitensporige vermoeidheidsverschijnselen vertoont, het tempo van ca. 12 km. per uur niet kan volhouden of aanzienlijk meer tijd voor deze prestatie nodig heeft, wordt afgewezen.

 

  • Gehoorzaamheidsoefening:

 

In aansluiting op de loopoefening, na de pauze van 15 minuten, moeten de HG zich op aanwijzing van de AK met hun honden aan de voet opstellen voor de gehoorzaamheidsoefening. Iedere HG moet met de hond daarbij de oefening “vrij volgen” tonen. De oefening mag ook aan de lijn uitgevoerd worden maar moet geschieden volgens de bepalingen van IPO I; er wordt echter niet geschoten en niet door de groep gevolgd.

Opmerkingen

Het examen wordt niet gehouden bij een buitentemperatuur van meer dan 22º C.
Het gebruik van de “Springer”, evenals van een Scootmobiel is toegestaan.
De tijdsduur van de pauzes, respectievelijk 15, 20 en 15 minuten, moet volledig worden aangehouden.

 

Toelatingsbepalingen:
Minimale leeftijd: 16 maanden.
Maximale leeftijd: 6 jaar.
Iedere rashond moet lid zijn van zijn of haar eigen rasvereniging, NBG, NRHB of van een KC.
Rasloze honden zijn vrijgesteld van een rasvereniging.

Vereiste papieren bij dit examen:

Honden met stamboom:
– Stamboom
– Rashondenlogboek (Raad van Beheer)
– Bewijs van lidmaatschap van de KC, NRHB, NBG, of rasvereniging.

Honden zonder stamboom:
– Hondenlogboek (secr.Commisie Werkhonden)
– Bewijs van lidmaatschap van de KC, NRHB, NBG, of rasvereniging.